Armin

Armin is 5 jaar als hij wordt aangemeld. Hij wil moeilijke dingen en nieuwe dingen niet proberen, hij heeft veel angsten, bijvoorbeeld voor nieuwe dingen, voor het donker en voor zwemmen. Armin bijt zijn nagels kapot en het randje van zijn jas. Hij is snel verdrietig en gekwetst. Ook is hij soms moeilijk te verstaan en kan hij zich minder makkelijk uitdrukken. Dit zijn de woorden van zijn ouders dus ben ik benieuwd om Armin te ontmoeten. Wat zal hij mij laten zien? Waar heeft hij zelf last van?

De eerste paar sessies verkleedt hij zich als spiderman. Als deze held verliest hij nooit, voelt hij zijn kracht en is hij onoverwinnelijk. Ik moet de slechterik zijn, eentje die altijd verliest en waarbij niks lukt. Als slechterik word ik vastgepakt en in een hoek gedrukt. Ik kan niks! Armin laat mij meteen ervaren hoe hij zich dagelijks voelt: machteloos.

Wanneer we uit het spel stappen en iets anders gaan doen, laat hij mij zien dat als hem iets niet in één keer lukt het dus moeilijk is. Blijkbaar heeft hij een overtuiging dat alles in één keer moet lukken. En dat de dingen bij anderen wél in één keer lukken! Bij zijn oudere broers ziet hij dat zij makkelijk schrijven, zwemmen, in het donker zijn en voetballen. ‘Zie je wel’! Hij vergeet alleen dat ook zij de stap van mogen leren hebben moeten nemen. Dit heeft hij alleen niet opgemerkt, want toen was hij nog te klein.

Armin vertelt me dat als hij later groot is hij Sonic de superheld wilt zijn. Dan lukt alles meteen. Hij begint met stapjes zetten in dingen uitproberen, óók als ze niet direct lukken. Zo moeten de kikkers in een kommetje geschoten worden. Daar heeft hij behoorlijk wat geduld voor nodig en dat oefent hij als hij hiermee bezig is. Op een gegeven moment is zijn geduld op tijdens het oefenen. Hij pakt de kikkers beet en legt ze in de kom: ‘GEWONNEN’ roept hij triomfantelijk. Toch kan hij er al wel bij zeggen, met een grote glimlach, dat hij eigenlijk een beetje vals speelde 🙂

In de sessies erna vechten we regelmatig met onze zwaarden. Meestal heeft hij superkrachten en verlies ik. Maar heel soms kan Armin zelf ook eens verliezen, er komt een beetje ruimte om dit gevoel te ervaren.


 

In de grote zaal, dit is een gymruimte waar ik met de kinderen gebruik van kan maken en waar we voetballen, boksen of andere avonturen aangaan, gaan Armin en ik aan de slagArmin wil graag nerfen. Dit vindt hij leuk én spannend. Hij checkt of ik te vertrouwen ben: ‘Doe jij wat je zegt dat je doet?’ Hij oefent met time in en time out. Wel en niet schieten en wel en geen rust. En houd ik mij dan aan deze grenzen? Armin maakt een eigen plek in de grote zaal: ‘Hier bepaal ik zelf wat ik doe.’ Blijkbaar ben ik te vertrouwen, want ik word uitgenodigd om aan te kloppen bij zijn eigen plek. En als ik dat doe en zijn regels accepteer (lees zijn grenzen) dan verandert het spel. Ik word hartelijk welkom geheten en vanaf nu strijden we in het spel niet meer tegen elkaar maar samen met elkaar. We belanden in een spel met veel monsters en dieven die we samen verslaan. Armin verzint veel oplossingen en gaat het gevecht aan. Soms checkt hij zijn spierballen in de spiegelmuur en maakt karate bewegingen in de lucht.
Het spel wisselt hij af met voetbal, rugby en handbal om zijn kracht te oefenen, zijn doorzettingsvermogen en het incasseren van verlies. Want soms verliest hij wel eens. Armin traint ook zijn durf, want hoeveel durf zet je in als je alles op alles zet om die bal via een sliding tegen te houden?

Ik merk dat er iets aan het veranderen is. Armin wil meer zelf doen, tijdens de sessies én thuis, en ook bekent hij bij mij een aantal dingen. Bijvoorbeeld dat hij zich niet fijn voelt als andere kinderen hem niet verstaan. En ook dat hij in het echt bang is in het donker en ‘s nachts niet naar de wc durft en hij daarom in de nacht nog een luier draagt. Armin wil dit niet meer, maar weet nog geen andere oplossing.

Het spel verandert. De avonturen worden spannender. Er is een kleine veilige plek en van daaruit maken we een boot. Een boot die op de woeste zee zal gaan varen. Armin heeft het al precies in zijn hoofd. Er is lava en er zijn haaien en als de boot af is, gaan we op avontuur. Er zijn kabbelende golven en woeste golven, net als in het echt. 

 

Armin is de onverschrokken held die alles regelt en ik speel de beetje bange die wel meegaat op avontuur en benoem wat ik allemaal zie aan kracht en talenten bij hem. Armin regelt eten, duikt het water in om te vissen en surft op de rug van een schildpad om hout te halen, omringd door haaien en ander gespuis. Dat durft hij mooi allemaal wel! Helemaal aan het einde van de sessie vertelt hij me zachtjes: ‘Eveline, in het echt durf ik niet onder water. Toen ik heel klein was ben ik bijna verdronken en als ik nu onder water moet met zwemles dan denk ik dat ik doodga.’

Van zijn moeder hoor ik dat toen haar zoon net 2 jaar was hij in het water viel en inderdaad bijna was verdronken. Armin houdt sindsdien niet van water. Niet van de douche, het bad of het zwembad. Naar zwemles gaan is een strijd. Armin wil wel leren zwemmen, maar hij durft niet. Ik vertel hem dat ik hem wel wil helpen om onder water te durven zwemmen, net als hij al deed tijdens ons spel. Ik leg uit over EMDR en story telling en vraag of hij dit wil proberen. Dat wil hij wel mét een koptelefoon.

In de week erna maakt zijn moeder een verhaal, een verhaal over Armin, over de nare gebeurtenis en gedachten en gevoelens en wat hem nu tegenhoudt, maar ook over een vergelijkbare toekomstige situatie op een positieve manier. Over gedachten en gevoelens die wenselijk en helpend zijn. 

Die keer beginnen we met het verhaal. Als Armin de koptelefoon op heeft, begin ik met voorlezen. Als ik halverwege het verhaal ben, bij het enge stuk, hoor ik een diepe zucht. Aan het einde van het verhaal vertelt hij dat hij het best spannend vond. Na de tweede keer was het al veel minder spannend, zegt hij. In de sessie erna lees ik het verhaal nog eens voor, terwijl Armin de koptelefoon op heeft. Ik zie Armin meer en meer ontspannen. Na de story telling spelen we lekker verder.

In het weekend na de EMDR sessie krijg ik een appje van zijn moeder: ‘Armin is vandaag voor het eerst met plezier naar zwemles gegaan. Hij vertelde dat hij niet meer bang was om niet meer te kunnen ademhalen door het verhaal. Hij zei ook dat de jongen uit het verhaal heel veel op hem lijkt. Hij heeft ook broers , krullen en houdt van spelen, verstoppertje en met knuffels spelen.’ Ook appte moeder mij: ‘Hij durfde voor het eerst in het water te springen. En midden in de nacht werd ik wakker geschreeuwd: ‘Mama ik ben niet meer bang voor het donker’. Ook het plassen in zijn bed is gestopt.’

We spreken nog een keer af. Hij vertelt me dat het goed gaat, dat ie alles lekker weer durft en zelf alles kan en doet. Hij laat me zijn spierballen zien. Zijn moeder vertelt dat haar zoon zo zelfstandig is geworden en zijn eigen dingen regelt. En in de praktijk oefent hij de letters op het whiteboard. Hij weet nu dat hij niet alles in één keer hoeft te kunnen en leert door gewoon te oefenen. Hij is zijn eigen super held!
 
 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top